donderdag 31 januari 2013

Feest 22


                    Oud en Nieuw
 
                    Ik heb mij voor dit jaar niets voorgenomen
 
                   'Ik snuif slechts coke, dus weg met de sigaar'
                   'Ik ga alleen nog om met hoge omen'
                   'Ik spreek geen kwaad van mede-leptosomen'
                   'Ik kap dit jaar alleen nog reuzebomen'
                   'Ik eet voortaan wat minder kaviaar'
                   'Ik kom niet meer vòòr mijn maîtresse klaar' 
                   'Ik laat het niet meer rollen, enkel stromen'
 
                    Ik heb mij voor dit jaar niets voorgenomen
 
                    Die vrome wensen hebben een bezwaar:
                    Er is nog nooit iets van terecht gekomen
                    Het blijkt  meestal niets dan een loos gebaar
                    Ik zal mij dienaangaande in gaan tomen
                    En neem mij dus niets voor bij 't nieuwe jaar:
 
                    Dat heb ik mij dit jaar dus voorgenomen 

woensdag 30 januari 2013

Feest 21


                          1 april
 
                    Natuurlijk ik weer, ik ben steeds de klos
 
                    De baas zei nu meteen en zonder dralen
                    Ik pak de sleutels van mijn sleutelbos
                    Ontsluit met vakmanschap mijn stalen ros
                    Waarna ik trappend door de straten cross
                    Ik moet een boodschap doen en mag niet falen
                    Al blijk ik na een poosje te verdwalen
                    Ik ben nu eenmaal niet zo'n slimme vos
 
                    Natuurlijk ik weer, ik ben steeds de klos
 
                    De dag zit toch al vol met noodsignalen
                    Mijn veter zat vandaag al dikwijls los
                    Mijn wiel dat draait, hoor ik herhaalde malen
                    Maar ik fiets verder zonder blik of blos
                    Want ik moet voor een gulden kwartjes halen
  
                    Natuurlijk ik weer, ik ben steeds de klos

(foto: portret Joseph Moron, USA)

dinsdag 29 januari 2013

Feest 20


                    Leidens ontzet 4 oktober
 
                    ‘Ik lust geen vis en bovenal geen haring
 
                    O gadverdamme, vis; ik vind het vies!
                    Dat stinken na een korte tijd bewaring!
                    Dat blote, door ontbreken van beharing!
                    Ik doe hier een publieke openbaring
                    Al leidt het ook tot zwaar gezichtsverlies
                    De haring is dus niet wat ik verkies
                    Geef mij maar een muziekstuk of een paring
 
                    Ik lust geen vis en bovenal geen haring
 
                    Als burgervader zeg ik het concies:
                    Ik open dingen, ga naar een verjaring
                    En heb niets tegen feest of braderies
                    Maar dit is een te zware taakverzwaring
                    Ik stuur als plaatsvervanger een commies:
 
                    Ik lust geen vis en bovenal geen haring!’      

 

maandag 28 januari 2013

Feest 19


                        Prinsjesdag
 
                    Ik wantrouw dat vertoon van het gezag
 
                    Ze wuift hoofs, in de gouden koets gezeten
                    Het is de derde dinsdag; prinsjesdag
                    De beurs staat slecht, er dreigt weer eens een krach
                    En majesteit doet uitgebreid verslag
                    Ze spreekt zorgvuldig en wat afgemeten
                    Er wordt, zegt zij, niet met het geld gesmeten
                    Dat slaat dus blijkbaar niet op háár gedrag
 
                    Ik wantrouw dat vertoon van het gezag
 
                    Die serieuze blik? Effectbejag!
                    Hoeveel zíj heeft dat mogen wij niet weten
                    Maar hij is prijzig die oranjevlag
                    Want sedert dat ze Prinses Glimlach heette
                    Betalen wij als burgers haar gelach
 
                    Het is een schertsvertoning, dat gezag 

zondag 27 januari 2013

Feest 18


                    Boekenweek
 
                    De boekenweek bij Dekker van de Vegt
 
                    Ze zijn om door een ringetje te halen
                    Ja, kuis en proper wordt er wel gezegd
                    Hun blik is meestal ernstig en onthecht
                    Ze worden zwaar betaald en zeer terecht
                    En spreken plechtig in klassieke talen
                    Van wiegedrukken en van manualen
                    Maar soms wordt deze houding afgelegd:
 
                    De boekenweek bij Dekker van de Vegt
 
                    Dan vieren ze hun woeste bacchanalen
                    En dragen ze hun haren in een vlecht
                    Dan gooien ze met inkt en linialen
                    En glimt het oog van elke letterknecht
                    Nog maanden circuleren de schandalen:
 
                    De boekenweek bij Dekker van de Vegt 

 

zaterdag 26 januari 2013

Feest 17


Sint Maarten (11 november)         

 

                            Dit is voor mij, ik schenk de helft aan jou
                                                                                                                                                                                                                                                                                                         God wat een kou                                                                   Ik ben nog laat op sjouw
 Wat ik nu wou?                                                                 Is wat ik daar aanschouw
   Blue Curaçao!                                                            Ginds bij dat poortge­bouw 
    Door geen knowhow                                                  Een arme man of vrouw  
      Smaakt wat ik brouw                                              Bevangen door de kou? 
         Naar kabeltouw                                              Vers van het weefgetouw
           Komt daar een vrouw?                           Neem ik, mijn eed getrouw
 
             Die is voor mij                                 ( Ik schenk de helft aan jou )
 
               'Hallo juffrouw;                        Mijn mantel van mijn mouw
                 Nog laat op sjouw?’                         Die ik nu openvouw
                  Hé, ik wantrouw                          En na een sabelhouw
                    Die lichaamsbouw               De stakker toevertrouw
                      Asjemenou:                     ( Ik heb nu al berouw)                              

                        ‘Dit is voor mij?' 'Ik schenk de helft aan jou’

vrijdag 25 januari 2013

Feest 16


                         Verjaardagsfeest graaf Vlad Dracul de Spietser   
                    (ergens in november/december)
                        
                    "Wil iemand hier misschien nog een saté?
 
                    Wat leuk om mijn verjaardag te gaan vieren!
                    Veel leuker met een groep dan met z'n twee
                    En beter dan dat hangen in 't café
                    Zo'n toffe fuif is echt een goed idee
                    Ik haal nog maar wat wijnen en wat bieren
                    Dan ga ik ook wat blokjes kaas versieren
                    En neem meteen wat borrelnootjes mee
                  
                    Wil iemand hier misschien nog een saté?
 
                    Maar als er iemand dronken loopt te tieren
                    Dan kom ik met een staak en roep: 'Touché!
                    Hemorrhoïden? Keelpijn? Anuspieren?
                    Dit werkt probaat; ook tegen diarrhee!"
                    En duw ik door tot aan zijn speekselklieren
 
                    Wil iemand hier misschien nog een saté?"

De tijden veranderen

In 1987 kapten een vriend en ik ons een weg door de jungle van Ceram met een gids (de schoolmeester van Rumahkai, die een beetje Engels sprak) en je ziet me hier dan ook  bezig de voeten af te koelen bij het doorwaden van een stroom:


Hier zie je me, kalmpjes een sigaret rokend, over een boomstam lopen. De gids sprak bewonderend over mijn koelbloedigheid, maar ik had toen nog niet in de gaten dat de plantengroei naast die boom in feite de toppen waren van de bomen in het ravijn daaronder en dat het hier een brug daarover betrof.


 
 
Tenslotte arriveerden we na vele uren afgemat bij een waterval waar het heerlijk afkoelen was. Hier zie je me heldhaftig in de waterval springen. Met de schoenen aan, want die rotsen waren scherp.


 
 
Stel je mijn verrassing voor toen ik gisteren dit filmpje op Youtube vond waaruit blijkt dat je tegenwoordig gewoon met de brommer over de asfaltweg daar naartoe kunt in een paar minuten 

donderdag 24 januari 2013

Feest 15


                          Saga Dawa (Boeddha's verjaardag mei/juni)
 
                    Boeddhisme brengt niet echt het hoogst geluk
 
                    Het is vandaag een feestdag in het klooster
                    Met al die mantra's nog een hele ruk
                    Mijn molen draai ik constant aan één stuk
                    Terwijl ik sterke weerzin onderdruk
                    Als ik mijn feestmaalgerstekorrels rooster
                    En thee met boter is ook geen vertrooster
                    Ook doet mijn rug me zeer door dat gebuk
 
                    Boeddhisme brengt niet echt het hoogst geluk
 
                    Waarom ben ik bezweken voor die poster!
                    Die heilsleer is een waardeloze drug
                    Rondom mijn kille cel loeit een noordooster
                    Dit is nog erger dan een slavenjuk
                    Ik snak naar ham-kaastosti's uit een toaster!
 
                    Boeddhisme brengt niet echt het hoogst geluk

(schilderij Ellen Eibeldis) 

woensdag 23 januari 2013

Feest 14


                    Elfstedentocht
 
                    Goddank, er wordt gesproken over dooi
 
                    Het heeft weer een paar weken flink gevroren
                    Sensatiemakers vinden weer emplooi
                    Het hele land valt aan die kul ten prooi
                    Want ach, die tocht is toch zo wondermooi
                    Voor schaatsen klinken enkel metaforen
                    Ze heten 'ijzers' 'nooitgedagts' en 'noren'
                    Het Volk wordt Eén door dit sportief toernooi 
 
                    Goddank wordt er gesproken over dooi
 
                    De Berenburg die kan me wel bekoren
                    Maar verder? Wat een nare, koude zooi!
                    Ik droom van zout tot aan het ochtendgloren
                    Waarmee ik dan heel Friesland onderstrooi
                    Gelukkig is de tocht wéér doodgeboren:
 
                    Er wordt goddank gesproken over dooi

dinsdag 22 januari 2013

Feest 13


                         Dag van de Arbeid (1 mei)
 
                    De Toekomst gloort, straks komt het Morgenrood!
 
                    De toekomst gloort, maar treedt langs vreemde paden
                    Het Socialisme ligt nu bij het schroot
                    Eens glorieus, is het van glans ontbloot
                    De rode vaandels liggen in de goot 
                    Er zijn geen makkers meer en kameraden
                    Er heerst nu stilte op de barricaden
                    Geen hond meer die dit Ideaal promoot:
 
                    De Toekomst gloort, straks komt het Morgenrood!
 
                    Maar 't Kapitaal kan ook niet kanenbraden
                    Beleggers hebben bijna geen droog brood
                    Ook liegen horoscopen in de bladen
                    En leven is er amper na de dood
                    Lees deze zin dus minder zwaarbeladen:
 
                    De toekomst gloort, straks komt het morgenrood

maandag 21 januari 2013

Feest 12



                          Sinterklaas (5 december)
 
                    Elk jaar slaat de verbittering weer toe
 
                    De jeugd wordt met cadeautjes overladen
                    Een walgingwekkend commercieel gedoe
                    Dit wekt bij mij slechts afkeer en dégoût 
                    En dan die stomme versjes zonder clou
                    Ze kunnen in geschenken pootjebaden
                    En staan aan overvolle tafelbladen:
                    Die overdaad was bij ons thuis taboe
 
                    Elk jaar slaat de verbittering weer toe
 
                    Bij ons viel al dat lekkers te versmaden
                    Mijn ouders hadden namelijk geen sou:
                    Een borstrok, of gebreide nachtgewaden
                    En af en tot dan kregen we de roe
                    Wat haatte ik mijn rijke kameraden!
 
                    Elk jaar slaat de verbittering weer toe